Waar gaat Marokko heen?

Dit is de Nederlandse vertaling van een artikel van de opposant Mohammed Basri, Alias Lafkih (1930-2003). Het artikel verscheen in Le Monde Diplomatique in april 1993. De auteur analyseert het politieke landschap in Marokko sinds de onafhankelijkheid in 1956. Hij concludeert  in 1993 al o.a. dat Marokko altijd verlamd zal blijven zolang de monarchie heerst, regeert, beheert, begeleidt…enz. Twintig jaar na dit artikel hebben er geen veranderingen plaatsgevonden. De monarchie creëert nog steeds met succes haar overlevingsmiddelen (politieke partijen die aan het spektakel passief meedoen) die voor een beter imago in het buitenland zorgen. Marokko is democratisch, Marokko is niet democratische! Twee identiteiten die elkaar camoufleren. 

Mohammed Basri, vertaald door M. Aarab

 Op 20 augustus heeft Marokko de afzetting van koning Mohamed V door de Fransen herdacht [dat was in 1953]. Deze datum is in feit het antecedent van  de eerste gemiste kansen in de  Marokkaanse hedendaagse geschiedenis : kansen van vrijheid, democratie en mensenrechten. De analyse van deze periode is essentieel voor het politieke spel dat men onterecht ingewikkeld beschouwt. De Marokkaanse actualiteit is voor een buitenlandse waarnemer zeer verwarrend. Het regime blijft zijn democratievitrine voortdurend poetsen, terwijl de oppositie lijkt dubbelzinnig te hangen tussen verzoening en afwijzing van de schijn realiteit. Echter, wordt deze complexiteit ontmanteld mits men zich niet door de officiële houding laat misleiden.

De strijd voor de onafhankelijkheid heeft verschillende fasen doorgestaan. Het is regelmatig gekoppeld geweest aan de wil van het volk om democratische instituties op gang te zetten. De kwestie van de grondwet is aan de orde geweest sinds een eeuw ongeveer. Het primaire doel was de macht van de sultan te beperken en het beschermen van de nationale soevereiniteit tegen de koloniale aspiraties die  door de grote landen zijn uitgesproken op de conferentie van 1906 in Algeciras.

Toen was er sprake van een confrontatie tussen twee posities. Generaal Lyautey besefte al snel dat het zou gemakkelijker zijn om vreedzaam te handelen en om het volk onder de soevereiniteit van de sultan te plaatsen. Hij zei : ” Ik ben hier de vertegenwoordiger van Frankrijk , en de eerste dienaar van Zijn Majesteit.” Daarom noemen mensen de Sultan van toen “de Sultan van de christenen.”Ondanks, de mensen bijgenaamd de soevereine ” sultan van de christenen. ” Royalist in hart en nier, versterkt Lyautey het imago van de sultan en zorgde ervoor dat de externe tekens van   de ontwikkeling van het land  zichtbaar kunnen zijn , zonder zich al te veel zorgen maken over de werkelijke  toekomst van het volk. Sindsdien heeft de monarchie dit regeringsmodel zich toegeëigend.

Zeer oud eisen

Daartegenover hield het bepleiten van echte instituties staand. Het door Emir Abdelkrimn voorgesteld en geïmplementeerde grondwet in de Rif , is het meest opvallende voorbeeld hiervan. Wij moten trouwens niet vergeten dat deze kadi ( 2 ) een leger moest vormen om zich tegen gebundelde krachten van twee  koloniale mogendheden, namelijk Frankrijk en Spanje. Zijn  grondwettelijke eisen werden geassocieerd met een rebellie tegen , hij werd daarom namens de sultan bestreden. Dit terwijl hij, ondanks alle geruchten, meermalen heeft geweigerd om zich te stellen als alternatief voor de monarchie.

Na de bezetting van Frankrijk door de nazi’s in 1940  en, tijdens hun vergadering van Anfa (Casablanca ) in 1943 , hebben de president van de Verenigde Staten (Franklin Roosevelt) en de Britse premier (Winston Churchill) de sultan van Marokko gevraagd de geallieerde troepen toestemming te verlenen om in in Noord-Afrika te stationeren. In ruil daarvoor heeft de Amerikaanse president beloofd de onafhankelijkheid van Marokko na de oorlog te steunen. De Marokkaanse Nationale Beweging heeft gebruik gemaakt van deze ontmoeting om het Manifest voor de onafhankelijkheid aan de sultan te bieden, en deze laatste accepteerde.

Zo begon de tweede fase van de strijd voor de onafhankelijkheid, de fase van de alliantie tussen de sultan en het volk. Sidi Mohammed Ben Youssef werd koning Mohammed V en “Koning van het volk” vervangt dan de ” sultan der christenen.” De Nationale Beweging geprofiteerde van de ontmoeting van Anfa om het Franse protectoraat internationaal te de-legitimeren. Een deel van deze beweging wilde een constitutionele monarchie in Marokko vestigen naar het Europese model, men wilde een  koning hebben zoals George V of George VI van Engeland.

Onder de nationalisten zijn er twee stromingen ontstaan. Een groep die de koning als symbool  van het land eerst wilde verdedigen en pas de democratische  instituties , een andere groep – binnen de Istiqlal-partij en met name binnen de partij voor de Democratie en de Onafhankelijkheid onder leiding van Mohamed Ben Hassan El Ouazzani-  die prioriteit gaf aan de onafhankelijkheid en tegelijkertijd (parallel) de democratische instituties. De leader van deze tweede groep was blijkbaar onder invloed van Abdlkrim Al Khattabi.

Vanaf de jaren 40 tot de onafhankelijkheid in 1956, werd Mohammed V dus koning van het volk, de koning van de Carrieres Centrales ( populaire wijken van Casablanca ). Helaas de hoop verdween heel snel na het protectoraat. Het is zoals een doeltreffende Marokkaanse gezegde ook zegt: “Het handvat van de sikkel verandert, maar niet de sikkel zelf.” Degenen die voor de terugkeer van het symbool gevochten hadden, hebben hun missie volbracht, terwijl degenen die streefden naar een sociale rechtvaardigheid en een echte ontwikkeling, werden uitgesloten.

De Democratische Beweging  die uit de Nationale Beweging voortvloeide, werd gedomineerd door twee visies : de eerste, elitaire,koos voor de verandering, maar wel onder het gezag van de koning. De andere visie wilde de koning juist stimuleren om te streven naar een regeringsmodel anders dan het verouderde Maghzanienen’s model (de monarchie en het staatsapparaat). De dragers van deze visie wilden een rechtsstaat oprichten in navolging van de Europese monarchieën. Deze visie was dichtbij de constitutionele beweging van het begin van de eeuw en de strijd om de terugkeer van Abdelkrim Al Khattabi.

Naast deze twee stromingen is er een derde ontstaan die door de macht van de Mafghzen werd belichaamd. Deze derde stromingen of beweging was tegen elke vorm van evolutie of verandering. In 1956, erfde Marokko een vergiftigd geschenk. Het werd toen al snel duidelijk dat alleen de verandering en vernieuwing het land uit de impasse zouden kunnen halen. Zo heeft de populaire strijd in 1960 en 1961 zijn hoogtepunt bereikt, er werd toen geëist dat een constitutioneel parlement de soevereiniteit van het volk moet vertegenwoordigen. Maar de beweging die hier achter stond is slachtoffer geworden van een internationale strategie die – vertegenwoordigd door de top van Bandung- de strijd langzamerhand aanging tegen de geest van vrijheid.

 

In 1961, met de bekroning van Hassan II, verlies de politieke klasse uiteindelijk de smalle marge die beschikbaar was onder Mohammed V. Recente voorbeelden daarvan: het grondwettelijke referendum van 4 september 1992 , met zijn 99,97% van de “ja” en de parlementsverkiezingen van 25 juni waarin het regime de indruk gaf van een vooruitgang van de oppositie terwijl alle touwtjes nog steeds in de handen van de Maghzen zijn gebleven.

Hoe kan de politieke klasse onder deze omstandigheden nog in de goede wil van de koning geloven? Het regime beschikt over drie kernkwaliteiten. De eerste ligt in de parlementaire meerderheid die gegarandeerd is door de controle van partijen die het regime zelf heeft gecreëerd. De tweede is de exclusieve controle op het laatste derde van de Kamerleden, indirect gekozen door de beroepsorganisaties. Ten slotte, de grondwet geeft de koning, bij wijze van spreken, alle bevoegdheden.

Zolang de bewegingsmarges van de monarchie niet door een democratisch gekozen grondwet wordt bepaald, blijft onmogelijk dat een democratisch politiek spel het leven kan zien. De politieke afwisseling zou puur fictief blijven en de verandering zal heel lang moeten wachten. Zonder geloofwaardigheid, kan de overheid moeilijk verwachten dat de bevolking actief gaat participeren.

Ik herinner me toen ik, tijdens de herdenkingen van 20 augustus, van gedachten ging wisselen over koning Mohamed V. We realiseerden ons hoe onze opvattingen diep verschillend waren. Ik hoopte toen een aanvullende mening te kunnen inbrengen voor een betere benadering van de realiteit. Ik dacht dat de vrije mening toegestaan zou moeten zijn​​. Maar helaas de wet beschouwt de koning als een heilige. We kunnen hem niet bekritiseren terwijl hij alle macht in handen heeft. Als de koning de kritiek wil voorkomen, dan moet hij alleen heersen zonder regeren. Anders hoe kan dat in harmonie met de moderne tijd zijn?

Ik werd gearresteerd na het publiceren van de resoluties van het Agadir-congres van de Landelijke studenten vakbond van Marokko ( UNEM ). De studenten waren van mening dat het leger een nationale institutie is en mag daarom niet worden beschouwd als machtsvertoonmiddel. We werden toen beschuldigd van aantasting van zijn [leger] waardigheid en die van zijn opperste leider [ de koning].  Het leger maakt dus deel uit het aan de koning gereserveerd domein.

Toen ik redacteur was van At – Tahrir ( Bevrijding ), het Arabisch orgaan van de National Union of Popular Forces ( UNFP ), werd ik weer gearresteerd, evenals de redacteur van de krant, de heer Abderrahman Youssoufi. Wij hebben toen een artikel gepubliceerd waarin wordt geëist dat het kabinet van Abdullah Ibrahim zijn verantwoording aan het volk moest afleggen. Zes maanden vastzitten wegens de aantasting van de bevoegdheden van de koning. Mohammed Ben Larbi Alaoui , toenmalig minister van de kroon, heeft toen ontslag genomen uit protest tegen deze illegale arrestatie.

Vrijheid van meningsuiting is niet toegestaan. Onder de meest recente voorbeelden is het proces van vakbondsleider Noubir El Amaoui . Zijn gevangenschap in 1992 kwam op een moment dat de vraag naar het einde van de absolute macht en de vestiging van democratische instellingen groeide. De bedoeling van deze arrestatie van deze prominente leider was een herinnering aan degenen die waren vergeten dat de koning meer regeert dan heerst. Niemand mag kritiek op het beleid van de koning leveren.

Tijdens deze drieëndertig jaren was er te veel machtsmisbruik: de gebeurtenissen  van Settatna; de dood van Mohammed V; de omverwerping van de auto Mehdi Ben Barka in 1962 en zijn ontvoering in 1965; de brandstichting bij de drukkerij van de krant At- Tahrir; de ontvoering van Hachmi Bennani; een leider van de Marokkaanse Arbeidsunie; de bloedbaden in de Rif; de ontvoering en de moord op Omar Bendjelloun in 1975; de gebeurtenissen  van  of Addi Ou Bihi; de  gebeurtenissen van 1969;  het berechten  van honderden militanten; de bloedbaden van 1971 en 1972;  de executies van 1973; de gebeurtenissen van 20 juni 1981; de bloedige gebeurtenissen van januari 1984; de geheime detenties Tazmamert en  Kalaa M’gouna die nog bestaan. De koning geeft de schuld hiervan aan zijn medewerkers Oufkir en  Moulay Hafid Alaoui. Waarom beschermt hij dan dit verleden? Toen de koning zijn afgezant- de huidige minister van Binnenlandse Zaken Driss Basri- naar mij stuurde, verklaarde deze dat hij een eenvoudige uitvoerder is en dat de koning degene die beslist. Dezelfde minister voegde er aan toe: Ik deed mijn geheugen op slot en ik gaf de sleutel daarvan aan zijn majesteit.

De Marokkanen die gisteren bereid waren om zich voor hun land op te offeren, sterven vandaag in de Straat van Gibraltar, in een poging om de armoede te ontsnappen.

Het regime is nog steeds niet bereid om concessies te doen. De overheid gaf de laatste weken meer bevoegdheden aan de staatssecretarissen zodat hun invloeden binnen de overheidsinstellingen groter worden. De ministers zijn slechts een versiering voor de buitenwereld. De koning controleert alle ministeries binnen de nieuwe regering en de zaken worden behandeld buiten de ministerraad. Hoe zal de premier benoemd worden? In een democratie kan een koning niet regeren en tegelijkertijd zich boven het politiek spel plaatsen.

Is het niet tijd  dat ons land een andere koers gaat varen? De risico’s van instabiliteit in de Maghreb worden dan niet verhoogd door de manier waarop zaken in de afgelopen dertig jaren werden aangepakt? Is het niet beter om de democratische instellingen op te richten waardoor Marokko eindelijk met de huidige “begeleiding”kan afbreken?